Interview Dirkjan Horringa
Het Deventer Kamer Orkest en projectkoor Festina Lente voeren vol enthousiasme het virtuoze Dixit Dominus van Georg Friedrich Händel uit. Dirigent Dirkjan Horringa heeft zowel het orkest en koor tijdens de repetities onder zijn hoede gehad. Een buitenkans voor iedere dirigent want Dixit is een temperamentvol en veeleisend stuk.
Waarom wilde jij Dixit Dominus zo graag dirigeren?
Het leuke van dit stuk is dat het is gecomponeerd door een jonge hond. Händel was piepjong, zo’n jaar of 21, en heel erg ambitieus toen hij in Rome de kans kreeg om opera’s te componeren en ook Dixit, een van zijn eerste geestelijke werken. Händel wilde met Dixit vooral laten zien hoe goed hij was in het schrijven van contrapunt, de techniek waarbij verschillende, onafhankelijke muzikale lijnen gelijktijdig worden gespeeld en ondanks de verschillen in ritme en melodie toch harmonieus samenklinken. De tekst van de vesperpsalm – Psalm 110 – is wreed en extreem. Er worden koppen afgehakt en levens worden vertrapt. Händel heeft de tekst dan ook met een ongelofelijke energie op muziek gezet. Je kunt Dixit Dominus niet op halve kracht spelen. Je moet je er helemaal in storten. Dit geldt voor zowel koor als orkest.
Hoe heb je Dixit met het koor ingestudeerd?
De virtuositeit zit voor het koor niet zozeer in de noten als wel in de enorm lange loopjes met zestiende noten. Die zijn heel vermoeiend voor de stemmen. Je moet als koorlid voldoende boven de noten staan om het vol te kunnen houden. Er is een bepaalde ademhalingstechniek vereist, uit het middenrif, om al die zestienden goed te kunnen articuleren. Als je dat niet doet ga je haasten en dan valt het stuk voorover.
En waar legde je de nadruk op bij de strijkers?
Bij het orkest heb ik tijdens de repetities veel nadruk gelegd op het heel precies spelen van de ritmes. Als je dat niet doet, dan sluit het contrapunt niet aan. Strijkers zijn vaak romantisch opgeleid. Voor hen is het lastig om barok te spelen, want al die streekjes moet je actief spelen. Ook heb ik veel zuiverheidsoefeningen gedaan. De muziek wordt veel krachtiger als je glaszuiver speelt. En de basso continu is leidend, daar beginnen de harmonieën. Bach leidde zijn ensembles vanachter zijn klavecimbel, Ton Koopman doet dat ook. Een dirigent die zelf geen geluid maakt – zoals ik – is dus in feite een anachronisme.
Nog even over de continuo, wat geweldig dat er een theorbespeler is.
Hideki Yamaya voegt heel veel toe aan de continuo. Hij kan het orkest als het ware in een baan om de aarde schieten door een van zijn bassnaren te laten knallen. In de Vivaldi, waar de twee DKO-solisten excelleren, speelt hij met name in het langzame deel een heel belangrijke rol. In onze uitdagende programmering, waarin ook Bachs Singet dem Herrn van het koor goed past, is Hideki met zijn solostuk een aangenaam rustpunt. Overigens is Hideki Trumps Amerika ontvlucht. Hij hoopt hier vaste voet aan de grond te krijgen.
Wat wil je bereiken met het samenspel tussen koor en orkest?
Ik wil dat er echt stijlbegrip ontstaat: waarom staan die noten er en wat gebeurt er als die klinken? Het orkest moet heel goed luisteren naar de tekst van het koor. Je kunt niet tevreden zijn als je alleen maar de noten speelt.
Iemand vroeg tijdens een repetitie wat jouw ideale uitvoering is. Je antwoordde: die is er niet. Hoezo?
De toonhoogte is een probleem bij Dixit. Wij maken gebruik van een getransponeerde versie. In Händels tijd speelde men in Rome namelijk op a’ = 392 Hz, een hele toon lager dan wij doen, op 440 Hz. Alle cd-opnames zijn daarentegen uitvoeringen op 415 Hz, maar dan ben je nog steeds een halve toon te hoog. De opname van John Eliot Gardiner is op zich het mooist, maar daar hoor je op sommige momenten dat het koor boven zijn macht grijpt omdat het te hoog is. Bij Gardiner hoor je bovendien dat hij erg met de agressie in de tekst bezig is. Dat gaat ten koste van de klank van koor en orkest.
Wanneer is jouw uitvoering van Dixit Dominus geslaagd?
Als koor en orkest het gevoel hebben dat er iets is gebeurd, dat zij de afgelopen weken zijn gegroeid zowel in de samenwerking als elk ensemble op zich. En ik hoop dat het publiek wordt aangestoken door de energie van het stuk. Dan hebben we het goed gedaan. Händel was een Duitser, maar Dixit heeft hij in Rome geschreven voor een Romeins publiek. Het moet met Italiaans temperament worden uitgevoerd.
door Ewoud Nysingh